Waarom jeugd-judo ?


Zelfvertrouwen
Door te stoeien en voor elkaar te zorgen raak je vertrouwd met het eigen lichaam, elkaar en verdwijnt onzekerheid als sneeuw voor de zon. Niet voor niets raden artsen en pedagogen judo aan als beste sport voor u en uw kind !     


Valbreken
Wanneer je leert je val te breken leer je een les voor het leven ! Zo maak je minder kans een been of arm te breken tijdens een val in het dagelijks leven of tijdens een andere sport; voetbal, skiën of fietsen.


Lichamelijke ontwikkeling

Aangezien het judo geen eenzijdige bewegingspatronen kent en alle ledematen gebruikt worden tijdens het stoeispel,  is het een ideale sport om de motoriek te trainen.


Normen en waarden
Bij de judosport spelen normen en waarden een belangrijke rol. Deze worden overgebracht door goede structuur en een strakke begeleiding. Dus zeker drukke kinderen vinden hier vaak voldoening.

Geschiedenis

Bij het bedenken van Judo werd geput uit de rijke Japanse traditie aan vechtkunsten. Combinaties van klemmen en worpen werden echter uit het repertoire weggelaten: die kunnen gevaarlijk zijn wanneer de partner de techniek van het meerollen onvoldoende beheerst (in bijvoorbeeld het tai-jutsu spelen júist die technieken een belangrijke rol). Jigoro Kano had bij het ontwerpen van de sport, die ontleend is aan oudere verdedigingskunsten als jiujitsu, ook nadrukkelijk een training van de geest voor ogen. Zijn filosofie wordt gekenmerkt door twee begrippen:
Seiryoku Zenyo (Maximale effectiviteit met minimale inzet): wat een persoon doet, moet met optimale inzet van geestelijke en lichamelijke energie gebeuren. In het judo leert men de kracht van de tegenstander te gebruiken om hem ten val te brengen. In het leven is dit het principe van de juiste dingen doen op het juiste moment.
Jita Kyoei (Wederzijds profijt en welbevinden): de spelers dienen respect te hebben voor zichzelf en voor anderen. Bij het beoefenen van het judo leren ze samen te werken om zich de vaardigheden eigen te maken. Zonder tegenstander om mee te judoën kan men de sport immers niet leren; men werpt zelf en wordt op zijn beurt geworpen. Deze opvatting van samenwerkend leren is ook in andere gebieden van het leven geldig.

Oorsprónkelijk was de bedoeling dat bij de beoefening kracht geen enkele rol zou spelen: door een juiste toepassing van de geleerde technieken zou een klein en zwak persoon zich op tamelijk elegante wijze tegen een grote en sterke aanvaller moeten kunnen verdedigen. Toen het echter ook een wedstrijdsport werd, vervaagde dit uitgangspunt. Immers, zodra beide tegenstanders dezèlfde technieken en mogelijke reacties daarop (de overnametechnieken) in gelijke mate beheersen, gaan ook àndere factoren zoals kracht toch weer een rol spelen. Hierdoor kunnen wedstrijden vandaag de dag ook het beeld geven van onelegant trek- en sjorwerk, waarbij de gelijkenis met de oorspronkelijke opzet ver te zoeken is. Hedendaagse wedstrijd-judoka's doen dan ook tevens aan krachttraining. Tekenend is dat tijdens wedstrijden incidenteel zelfs voorkomt dat de gi (het pak) gescheurd wordt. Sommige judoka's doen ook specifiek op versterking van de grip gerichte krachttraining in de sportschool, middels trekoefeningen met een gi gewikkeld om een pulley.

Traditie


Judoka's dragen een witte katoenen broek (zubon) en een jas (kimono) die door een band (obi) bijeen wordt gehouden. Het geheel noemt men een gi. Tijdens wedstrijden van hoog niveau, zoals de Nederlandse Kampioenschappen, draagt de ene judoka een wit pak en de andere judoka een blauw pak. Door dit onderscheid is deze dynamische sport beter te volgen voor het publiek en de scheidsrechters. Meisjes dragen een wit T-shirt onder de kimono. Judolessen vinden plaats in een [dojo] en beginnen in Vajrasana (geknielde houding).

Graduatiesysteem van judo

De kleur van de band geeft de graad van gevorderdheid in het judo aan; een beginner heeft een witte band, waarna geel, oranje, groen, blauw, bruin en zwart volgen (de kyu-graden, die van hoog naar laag genummerd zijn — een hoge graad heeft een laag nummer). De wachttijd tussen kyu's bedraagt minimaal zes maanden. Tussen 1e kyu en 1e dan is de wachttijd minimaal een jaar. Hoe hoger de dan, hoe langer de wachttijd. Voor kinderen en jonge judoka's tot 12 jaar is er nog een onderverdeling waarbij aan een band een andersgekleurde slip kan zitten om aan te geven dat de beoefenaar tussen de gedragen band en de volgende in zit. Tussen de meestergraden (zwarte banden; dangraden) is het onderscheid te zien aan witte streepjes dwars op het uiteinde van de zwarte band.

Alle judoka's moeten lid zijn van een nationale judovereniging en bezitten ook een judopaspoort voor wedstrijden en examens.

NB 1: het systeem van gekleurde banden is een westers systeem. In Japan heeft men de indeling: wit (6e t/m 4e kyu) - bruin (3e tot 1e kyu) - zwart. NB 2: een judoka moet voor zijn zwarte band een examen afleggen en aan wedstrijden meedoen waarin danpunten kunnen worden behaald. Bij 100 danpunten krijgt men vrijstelling voor kata. Alle kandidaten moeten hun vaardigheden bewijzen. Vroeger kregen judoka's die geen wedstrijden hadden gedaan een zwarte band met een witte streep in de lengte, in plaats van een geheel zwarte band. Daar vrouwen in die tijd geen wedstrijden mochten spelen, werd deze band al snel een 'vrouwenband' genoemd. Deze punten worden in een judopaspoort geregisteerd.

De kyu-examens worden afgenomen door de judoclubs. 1e t/m 3e dan-examens worden afgenomen door regionale examencommissies. Alleen 4e en 5e dan-examens worden afgenomen door landelijke examencommissies. De kandidaten van 4e of 5e dan worden beoordeeld door de meesters die 6e of hogere dan hebben. Dangraden boven 6e dan worden meer op grond van verdiensten voor de judosport dan voor exceptionele bekwaamheid in het uitvoeren ervan toegekend. Bij de 6e, 7e en 8e dan is er een afwisselend roodwitte band, bij de 9e en 10e dan een rode band. Deze behaalde banden worden in een judopaspoort afgetekend.

Tot nu toe is de 10e dan toegekend aan slechts 18 judoka's in de hele wereld. De meeste 10e danhouders zijn Japanners. Slechts twee Nederlandse en één Britse judoka zijn in het bezit van deze dangraad. Op 8 januari 2006 werden drie nieuwe 10e danhouders verkozen door de Kodokan, dit was voor het eerst in 22 jaar. Jigoro Kano verkreeg na zijn dood de hoogste graad, de 12e dan, een brede witte band. Deze graad is exclusief voorbehouden aan de stichter van het judo.


Graad
Kleur
Naam
6e Kyu
wit
rok-kyu
5e Kyu
geel
go-kyu
4e Kyu
oranje
yon-kyu of shi-kyu
3e Kyu
groen
san-kyu
2e Kyu
blauw
ni-kyu
1e Kyu
bruin
ichi-kyu
1e Dan
zwart
sho-dan
2e Dan
zwart
ni-dan
3e Dan
zwart
san-dan
4e Dan
zwart
yon-dan
5e Dan
zwart
go-dan
6e Dan
rood-wit
roku-dan
7e Dan
rood-wit
shichi-dan (nana-dan)
8e Dan
rood-wit
hachi-dan
9e Dan
rood
ku-dan
10e Dan
rood
ju-dan
11e Dan
rood
juichi-dan
12e Dan
wit (brede band)
juni-dan